Storytelling is een eeuwenoude kunstvorm waarmee mensen emoties en ideeën overbrengen. Het maakt ingewikkelde zaken eenvoudig en schept een emotionele band. Je leest niet alleen, je voelt. Het verhaal inspireert, motiveert en kan je zelfs aanzetten tot actie. Klinkt magisch! Maar magie is het niet. Wanneer je een verhaal hoort of leest, gebeurt er iets bijzonders in je brein. Allerlei hersengebieden doen mee, waardoor je jezelf in het verhaal waant.
Een mooie aanleiding voor het GedragsTeam en het TaalTeam van Keijzer om je mee te nemen in de *magie* achter het vertellen van een verhaal. We vertellen je hoe storytelling werkt in ons brein, hoe je taal effectief inzet in verhalen en hoe je dit toepast in campagnes.
Wat gebeurt er in het brein bij storytelling?
Een verhaal doet iets wat gewone communicatie vaak niet voor elkaar krijgt: het zet je hele brein aan het werk. Niet alleen de gebieden die informatie verwerken, maar ook delen die emoties oproepen en verbinding creëren.
Even wat verdieping:
- Een goed verhaal voel je: Activatie van het limbisch systeem
Waarom raakt het ene verhaal ons diep, terwijl het andere amper binnenkomt? Emotie maakt het verschil. Herkenbare situaties, duidelijke spanningsbogen en menselijke relaties prikkelen ons limbisch systeem- De verzameling hersenstructuren die centraal staat bij het verwerken van jouw emoties. Hoe sterker de emotie, hoe krachtiger de band met de boodschap en hoe beter de boodschap wordt onthouden. - Doen wat de hoofdpersoon doet: Activatie van spiegelneuronen
Ken je dat moment dat je iemand ziet vallen en zelf ‘AU’ roept? Dat is het werk van spiegelneuronen. Dit type neuronen wordt geactiveerd wanneer je iemand anders iets ziet doen, en dus ook wanneer een personage iets ervaart. Als een verhaal bijvoorbeeld blijdschap of verdriet oproept, reageren jouw hersenen alsof je het zelf meemaakt. En zo heeft de ervaring van het personage ook invloed op jouw gedrag. - Verbonden door het knuffelhormoon: Productie van Oxytocine
Een meeslepend verhaal stimuleert ook de aanmaak van oxytocine. Dit ‘knuffelhormoon’ wordt afgegeven wanneer een verhaal empathie oproept. Bijvoorbeeld wanneer een menselijke relatie wordt beschreven, of een herkenbaar dilemma wordt gepresenteerd. De aanwezigheid van oxytocine in ons lichaam versterkt gevoelens van vertrouwen en verbondenheid met het merk, de verteller of het personage.

Oke! Maar hoe schrijf je dan zo’n verhaal?
Kijk, daar is ons taalteam aan zet. Want of een verhaal je raakt, hangt sterk af van de manier waarop het wordt verteld. Woorden zijn geen neutrale dragers van informatie; ze kunnen ons brein prikkelen of juist afsluiten. Verschillende aspecten zijn daarbij belangrijk:
- Kies de juiste tone of voice
Wat je zegt is belangrijk. Maar hoe je het zegt? Dat bepaalt of iemand blijft lezen.- Kies daarom voor eenvoudige, alledaagse woorden: die roepen herkenning op en bieden ruimte aan emotie, gevoel en beleving. In tegenstelling tot vakjargon of afstandelijke formuleringen.
- Een warme, menselijke toon maakt abstracte of complexe informatie toegankelijker en wekt vertrouwen.
- Verhalen die aansluiten bij de leefwereld van de doelgroep, geschreven in begrijpelijke taal, zorgen voor betrokkenheid en verbinding. Kies voor de woorden die jouw doelgroep dagelijks gebruikt.
- Gebruik actieve taal
Door actieve taal te gebruiken, krachtige beelden te schetsen en concrete situaties te beschrijven, breng je een boodschap tot leven.- Beschrijf ervaringen i.p.v. feiten. Zinnen als ‘ze trilde terwijl ze de envelop opende’ (ervaring beschrijven) doen meer met je dan ‘ze kreeg nieuws’ (feit beschrijven).
- Gebruik zintuiglijke details. Laat de lezer iets zien, horen of voelen. ‘De regen tikt op het raam’ werkt beter dan ‘het regent’. En schrijf niet over ‘verbinding’, maar over ‘een hand op je schouder wanneer dat nodig is’.
- Schrijf daarbij waar mogelijk in de tegenwoordige tijd. Het maakt je verhaal directer en meeslepender.
- Maak het persoonlijk en emotioneel
Emoties zijn de sleutel. Kies verhalen die raken: zo verbind je de boodschap met het gevoel van je publiek.- Emotioneel geladen woorden roepen positieve gevoelens op (hoop, liefde) of juist negatieve (angst, verdriet). Schrijf dus niet ‘Het gezin verandert hun gewoontes’, maar: ‘Het gezin laat onhoudbaar geworden gewoontes in het verleden en kiest voor een hoopvolle toekomst’.
- Creëer spanning
Het brein houdt van spanning. Je publiek blijft geboeid en is betrokken bij de oplossing. Spanning activeert nieuwsgierigheid en zet het brein verder aan tot lezen of luisteren.- Gebruik hiervoor korte zinnen, zo houd je de spanningsboog strak en voorkom je dat de aandacht verslapt.
- Zet cliffhangers in, kies momenten waarop je net iets belangrijks weglaat, waardoor het publiek wil weten hoe het verder gaat.
- En er is nóg een onmisbare factor voor goede storytelling… maar die bewaren we nog heel even… 😉
- Gebruik een heldere structuur
Oké vooruit, de laatste tip: Een goed verhaal heeft een duidelijke structuur. Dat geeft de lezer rust.- Een pakkende opening die de aandacht trekt
- Een kern waarin je de boodschap helder overbrengt
- En een afsluiting die aanzet tot actie. Een call-to-action aan het einde van je verhaal zorgt ervoor dat de lezer dit onthoudt: het is de laatste prikkel en blijft daardoor sterker hangen in het geheugen.
Aan de slag dus met storytelling!
Conclusie, of je nu een overheidscampagne ontwerpt, een product promoot of een merk versterkt, storytelling is de sleutel.
Want een boodschap die alleen gehoord wordt… verdwijnt.
Maar een boodschap die gevoeld wordt… blijft.
En dat is vaak het begin van echte verandering.
Wie zijn wij?
GedragsTeam
Wij zijn het GedragsTeam van Keijzer: een groep van acht gedragsspecialisten die gedragsfactoren in kaart brengen. Wij onderzoeken hoe je middels communicatie bij kan dragen aan het complexe systeem dat gedrag voorspelt.

TaalTeam
Wij zijn het TaalTeam van Keijzer: vier taaltovenaars die teksten scherp en pakkend maken. Van redactie tot storytelling: wij zorgen voor de juiste toon en structuur.


